Share

Zuid-Georgia

Ode aan de natuur

Dit zeer afgelegen eiland in de Zuidelijke Atlantische Oceaan is intens mooi, ruig en puur, groots. Zuid-Georgia is een ode aan de natuur, een absoluut ‘untamed’ bestemming. De kustlijn bestaat uit diepe fjorden, schitterende baaien met kiezelstranden, gletsjers die de zee raken, afkalvend ijs. Op de achtergrond met sneeuw en ijs bedekte bergen, en verborgen valleien met grazige vlakten. De grootste populaties zuidelijke pelsrobben en zeeolifanten ter wereld, diverse soorten albatrossen – waaronder de spectaculaire reuzenalbatros en de roetkopalbatros – en zes soorten pinguïns behoren tot de uitzonderlijk rijke fauna van het eiland. Het totale aantal dieren bedraagt vele miljoenen!

KONINGSPINGUÏNS

Op verschillende plaatsen zijn gigantische kolonies koningspinguïns. Zover het oog reikt ziet u de fiere dieren, dicht opeengepakt, luidruchtig. De bruine, wollige jongen wachten geduldig op voedsel. Onverstoorbaar waggelen volwassen dieren af en aan, zij nemen de kortste route van de zee naar hun kleine stukje territorium in de massa. Uw aanwezigheid laat de dieren haast onverschillig, zij passeren desnoods op zeer korte afstand. Van zo dichtbij ziet u de veertjes, de kleur van de ogen, u hoort het geluid van poten die schuifelen over een ondergrond van kiezelstenen. Het is een overdonderend, ontroerend schouwspel dat u altijd zal bijblijven. 

GRYTVIKEN

Weinig doet nog herinneren aan de intensieve walvisvaart en de jacht op pelsrobben die hier ooit plaatsvond. Het oudste walvisstation Grytviken is ontmanteld, en doet nu dienst als museum. Hier kunt u tevens het gerestaureerde Noorse kerkje en een kleine begraafplaats bezoeken. Tijdens de zomermaanden wordt Grytviken bemand door ongeveer 18 personen, de enige menselijke bewoners van heel Zuid-Georgia.

sluiten