We landen op Georgetown. Een stad in ontwikkeling, met kenmerken van een dorp. We geven onze ogen de kost op Sta Broek Market; hier wordt echt alles verhandeld. Het ruikt er naar kruiden, maar ook naar vis en vlees, vers fruit (in alle soorten en maten) en overal mag je wat proeven. De mensen zijn kleurrijk, aangenaam en vriendelijk. Het is een hele belevenis om de smalle, volgepropt met handelswaar, wirwar aan paadjes door te komen. Deels overdekt, maar ondertussen ook naar buiten uitgebreid. We lopen en rijden langs de koloniale hotspots van Georgetown, eten eggballs (beste van de stad) en doen ons tegoed aan de curry's. In de botanische tuin, vol prachtige bloemen en planten en een veelvoud aan verschillende vogels, voeren we de lamantijnen.
We logeren in een prachtig koloniaal hotel, waar de tijd lijkt stil te staan. We doen een bootexcursie over de Essequibo rivier in een klein houten bootje en zien een stukje Nederlandse geschiedenis. Een vliegtuigje brengt ons naar de Kaieteur Waterfall; de hoogste single-drop waterval ter wereld. Het geluid is overweldigend, het zicht adembenemend.
Dan is het tijd om de stad echt achter ons te laten en voor tien dagen de jungle in te trekken. We verblijven in zes verschillende lodges en reizen dwars door Guyana. We zien de prachtigste vogels, lopen over hangbruggen, wassen ons met het water dat uit de rivier wordt opgepompt, zien reuze otters, een reuze miereneter, capibara's, verschillende soorten kaaimannen, slangen, spinnen, allerlei soorten apen en reusachtige vlinders. We maken mooie boottochten over de rivieren, laten ons verhalen vertellen over vroeger en nu, we slapen o.a. bij de Yupukari in Caiman House en mogen mee met het, voor onderzoek, vangen van een black caiman om te helpen bij het verzamelen van data.
We hebben ongelooflijk lieve mensen ontmoet, zijn zeer gastvrij ontvangen, heerlijk gegeten en de beste vruchtensappen ooit gedronken. We hebben zoveel beleefd en zoveel moois gezien, dit was een reis om nooit meer te vergeten.




