Eind april reis ik af naar Angola, een onbekende bestemming die tientallen jaren geteisterd werd door een bloedige oorlog. Nu er vrede is heeft het haar deuren voor de wereld heropend maar zonder dat het massatoerisme er is doorgebroken: voor mij het uitgelezen moment om de ongeschonden natuur te ontdekken in haar puurste vorm en kennis te maken met de eeuwenoude tradities van de tribale volken. Na een korte stop over in Johannesburg bereik ik met een vlucht van zo’n drie-en-een-half uur de hoofdstad van Angola, Luanda.
LUANDA
De luchthaven is prachtig, enorm groot en ligt op een goed uur rijden van het centrum van de stad. Luanda telt officieel 9 miljoen inwoners. Er wordt Portugees gesproken en men spreekt nauwelijks Engels. Vele restaurants en clubs zijn gelegen op het 12 kilometer lange schiereiland midden in de stad, aan een baai. Restaurant Shogun is top, Café Del Mar is prachtig en zo zijn er nog vele restaurants waar men geweldig kan eten en genieten van Portugese wijnen van hoog niveau. De keuken is vergeleken met de Namibische (voor mij boerenkeuken) meer verfijnd en veel gedetailleerder. Veel vis en schaaldieren en een zeer goede service.
Ik overnacht in het zakelijke, internationale Continental Horizonte hotel. Er wordt me ingefluisterd dat het één van de beste hotels van de stad is.
De volgende dag lunchen we bij Casa de Sá, een toprestaurant op 45 minuten rijden van het centrum. Helaas is mijn vlucht naar Menongue en dus ook het verblijf in Mumba Lodge – de mooiste lodge van Angola – geannuleerd. We vliegen in de plaats in anderhalf uur naar Lubango, waar we worden opgehaald door de valet service van ons volgende hotel; het knalrode, op een groot estate gelegen Casper Resort. Een typisch classic hotel, wederom met voortreffelijke Portugese wijnen en goede service.
LUBANGO
We maken kennis met Lubango, een prachtige stad omringd door bergen die nu net na de regen getooid zijn in het frisgroen. We rijden 80km naar het westen om de Serra da Leba-pas te bezoeken. Dit is het meest iconische en meest gefotografeerde punt van Angola. De weg die slingert als een slang naar het laaggelegen gebied richting de kust, richting Namibe. Daar verdwijnt het groen voor de woestijn en verandert het in een landschap dat lijkt op Namibië.
MWILA
Een dag later maken we kennis met onze lokale gids en vertrekken we al vroeg richting het zuiden. Hij kent het land en de routes door en door. Hij heeft uitgebreide kennis van alle regio’s, wat een enorme meerwaarde is voor de kwaliteit en exclusiviteit van de reis. Op een goed uur van Lubango krijgen we te maken met onze eerste tribale ervaring en ontmoeten wij de Mwila.
OVAMWILA, OVAHAKAONA EN OVAHIMBA
Daarna is het nog vijf uur rijden voordat we Oncócua bereiken, een afgelegen dorp in de Cucene regio en een van de weinige plekken waar tribale volken elkaar ontmoeten op de markt. Er is niks te zien, het is een klein stadje met een ziekenhuis met stofpaden als wegen. We zijn op anderhalf uur rijden van Epupa Falls, Namibië.
Er zijn zes verschillende tribale stammen in de omgeving. Omdat de gids eigen voertuigen heeft (steeds twee, zodat er altijd een ‘back up’ is), brengt hij ons naar de gemeenschappen die verder van het stadje leven. Wij zijn dan ook de enige vreemden in deze omgeving.
Ovahakaona
We komen aan bij onze tent – de uitvalsbasis voor een bezoek aan de Ovamwila, Ovahakaona en Ovahimba – die verscholen ligt onder een enorme tamarindeboom.
Ovahimba
De tent is keurig voorzien van een bucketshower en een longdrop wc. De bedden zijn degelijk met goede matrassen. ’s Nachts horen we verschillende uilen, zoals de dwergooruil, geparelde dwerguil, kerkuil en een Europese nachtzwaluw die niet van ophouden weet met haar typische ratelende roep.
OVAKUVALA
We keren terug naar Lubango en genieten van een ‘lazy afternoon’. Dan vervolgt de reis richting het westen, naar Namibe dat over een redelijk goede weg, een drietal uur rijden is. De groene bossen maken ruimte voor woestijn. Het heeft uitzonderlijk veel geregend. Het zand heeft plaats gemaakt voor gras en een bloemenpracht die zelden te zien is. We stoppen onderweg voor melkverkopende Ovakuvala langs de weg. Het blijken twee zusjes die graag poseren.
VISSERSSTAD NAMIBE
In vissersstad Namibe aangekomen gaan we meteen naar een Portugees restaurant in de haven. Wederom een geweldige keuken en top wijnen. We verblijven bij het zakelijk aandoende Yoni hotel dat zich kenmerkt met grote kamers met hoge plafonds. Het heeft alles wat je je kunt wensen en is, hoewel het niet in het centrum ligt, de beste keuze in Namibe.
TOMBWA EN IONA NATIONAL PARK
De volgende dag gaan we richting Tombwa, de laatste stad voordat er geen wegen meer zijn tot de grens met Namibië en de belangrijkste toegangspoort tot Iona nationaal park. Tombwa is, zoals zovele steden in Angola, rijk aan schitterende koloniale gebouwen die staan te verloederen. Onderweg bezoeken we de prachtige, door wind gebeeldhouwde rotsformaties Colinas do Curoca en de beschermde Lagoa dos Arcos oase. We zien wederom geen enkele andere toerist. Omdat het gebied afgelegen is zijn we ook hier met een ‘back up’ voertuig.
Eenmaal aangekomen in Tombwa eten we bij restaurant Margolf. Het interieur is net een oude cinemazaal. Hier genieten wij van een voortreffelijke lunch met vooral vis en schelpdieren, waarna we terugkeren naar ons hotel in Namibe.
HET RIJK VAN DE CHOKWE
Terug in de hoofdstad laten we ons verwennen in verschillende restaurants, met Pimm’s en Shogun als toppers. We bezoeken op nog enkele kunstgalerijen, wat zeker aan te raden is. We verblijven opnieuw in Continental Horizonte voor we terug naar Johannesburg vliegen: het einde van een geweldige reis. De schitterende landschappen zal ik me altijd herinneren evenals de nog vrij authentieke stammen. Ik wil zeker terugkomen om het noordoosten te bezoeken, het rijk van de Chokwe. En uiteraard om alsnog de Mumba lodge te bezoeken, want safari staat hier in zijn kinderschoenen.
Met passie en liefde voor het onbekende ben ik Untamed gestart. Nog steeds word ik enthousiast door het onbekende, door nieuwe accommodaties, het verleggen van je grenzen. Met grote regelmaat reis ik naar onze bestemmingen, om zelf te proeven, te beleven en te ontdekken.
Reizen is kijken naar wat er om je heen gebeurt, maar ook jezelf ontdekken. Het houdt niet op, hoe meer je ontdekt hoe meer je wil weten. Reizen doet iedereen liefst op zijn eigen manier. Mensen, dieren, landschappen, culturen; ontmoeten en ontdekken. We zijn allemaal verschillend, dat maakt het juist zo interessant om “adventures of a lifetime” te delen met anderen.